Een stormachtig leven

Hij wankelt achter zijn enorme vleugel en gaat zitten. Dan weerklinkt er een onheilspellende toon uit het instrument. Een slotakkoord? Dat weet je nooit bij Ramses Shaffy! De documentaire die Pieter Fleury in 2002 over het leven van de zanger/acteur maakt begint ermee.
Ramses Shaffy heeft gelééfd! De illustere bohémien, de goeroe van de vrijheid, waar half Amsterdam in de roemruchte jaren zestig verliefd op was, haalt er alles uit wat er in zit, 76 tropenjaren lang. Het brengt hem artistieke hoogtepunten: op het toneel, de grammofoonplaat en concertpodia. Daarnaast zijn er de feesten en het kroegleven waaraan hij zich overgeeft, kettingrokend en onmatig drinkend, jarenlang op z'n minst een fles wodka per dag. Liesbeth List, met wie hij 45 jaar lang een uniek duo vormt, weet er alles van! Toch blijven ze tot het einde aan toe innig bevriend.

Sprookje
Het is eigenlijk een wonder dat hij nooit echt in de goot is terechtgekomen. Wel zonk zijn woonboot, werd hij failliet verklaard en raakte hij verslaafd aan bijna alles waar een mens maar verslaafd aan kan raken. Bovenal aan het leven! Een stormachtig leven heeft hij geleid, dat al vanaf het begin veel weg had van een sprookje. Ramses Shaffy is op 29 augustus 1933 geboren in Neuilly-sur-Seine, een voorstadje van Parijs. Zijn eerste levensjaren brengt hij door in Cannes, samen met zijn alleenstaande moeder, een Poolse gravin van Russische afkomst. Zijn vader, een Egyptische diplomaat, zal Ramses pas een halve eeuw later voor het eerst ontmoeten. Wanneer zijn moeder niet langer voor hem kan zorgen, komt hij vlak voor de oorlog terecht bij een tante in Utrecht en vervolgens in een luxe maar streng kindertehuis. Daarna wordt hij geadopteerd door een pleeggezin in Leiden. Hier krijgt hij een degelijke en liefdevolle opvoeding. Wanneer zijn echte moeder genezen is en hem - in een rijtuig! - wil komen ophalen besluit hij bij zijn pleegouders te blijven. Later zal hij zeggen dat hij zonder hen waarschijnlijk een zwerver of junk zou zijn geworden.

Ramses gaat naar de Toneelschool, en kan daarna als acteur aan de slag bij de gerenommeerde Nederlandse Comedie. De jeune premier doet er menig hart sneller kloppen. Zijn rol als Arend in Vondel's Gijsbrecht wordt legendarisch. Uit zijn mond krijgen de klassieke teksten een hele andere dimensie. De gevestigde namen uit die dagen, waaronder Ko van Dijk, Mary Dresselhuys en Ank van der Moer, zijn vol lof, evenals de critici. Maar na een jaar of acht vindt Ramses dat het tijd wordt voor een nieuw avontuur.
In 1964 richt hij Shaffy Chantant op, een theatergezelschap waarin talentvolle jongeren als Liesbeth List en Louis van Dijk naam zullen maken. In het Amsterdamse Miranda Paviljoen en daarna op andere locaties, worden gedichten voorgedragen en veel chansons gezongen, omlijst door avant-gardistische klassieke muziek. Behalve met acteertalent blijkt Ramses ook te zijn begiftigd met een weergaloze muzikaliteit. De sfeer van uitbundige artisticiteit en vrijheid valt uitstekend in de hippe hoofdstad van die dagen, hoewel Shaffy nauwelijks geëngageerd is. Tout Amsterdam komt naar Shaffy Chantant! Een paar jaar later krijgt het een vervolg met Shaffy Chantate, waarin Thijs van Leer zijn debuut maakt. Ook met prachtige solo-elpees als 'Zonder bagage' (1970) bewijst Shaffy daarna als kleinkunstenaar op eenzame hoogte te staan. Liedjes als 'Sammy', 'Zing-vecht-huil-bid-lach-werk-en-bewonder' en 'Wij zullen doorgaan' worden klassiekers die vrijwel iedereen kent.

Strikje
Vanaf begin jaren zeventig eist de alcohol een steeds grotere rol op in zijn leven, hoewel hij nog altijd mensen in vervoering weet te brengen met fantastische concerten. Ook zijn flamboyante levensstijl baart opzien. Kenmerkend is een verhaal dat Albert Mol ooit vertelde. Op een dag kwam Ramses hem in de Achterhoek opzoeken, per taxi vanuit Amsterdam. Hij had troost nodig, want lag overhoop met zijn toenmalige geliefde. Albert stopte hem in bad en deed daarna, om hem op te vrolijken, een rood strikje om Ramses' geslachtsdeel. Deze reisde vervolgens - per taxi - vanuit de Achterhoek naar Maastricht, waar zijn vriend verbleef. Daar kwam het goed tussen de twee. Totdat het strikje van Mol tevoorschijn kwam en Ramses zich absoluut niet kon herinneren wie dat er omgedaan had.

Anekdotes genoeg die getuigen van een mateloos en meeslepend leven. Maar tegelijkertijd komt uit zijn liedjes vaak een andere Ramses naar voren. Een ingetogen Ramses, die een enorme behoefte heeft aan liefde, maar tegelijkertijd zo graag alleen is...
Begin jaren tachtig sluit Ramses zich aan bij de Bhagwan-beweging. Hij is gestopt met drinken, maar bekommert zich zo mogelijk nog minder om zijn carrière dan voorheen. In deze periode doet hij vooral weer als acteur van zich spreken. Een decennium later viert Shaffy opnieuw triomfen, met zijn hoofdrol in de musical 'De man van La Mancha'. Ook zijn laatste tour de chant, in 1997, krijgt goede kritieken. Datzelfde jaar verschijnt er een reisdagboek van zijn hand. Maar daarna wordt het stil rondom hem.

En dan is er in augustus 2002 de documentaire 'Ramses, où est mon prince?', van Pieter Fleury. In de film, op het Nederlands Film Festival dat jaar onderscheiden met een Gouden Kalf, wordt geen al te vrolijk beeld geschetst van de oud geworden artiest. Je ziet hem voor zich uit staren in het verzorgingshuis waar hij na een grote inzinking terechtgekomen is, en samen met de andere oudjes meedeinen op een smartlap. De kritieken zijn lovend, maar wel klinkt er in de reacties af en toe wat 'on-Shaffiaans' calvinisme door: Tsja, dat komt er nou van, wanneer je er maar op los leeft! Kwetsbaar is hij, zegt Ramses in de documentaire, "omdat het plezier zo vaak met argumenten wordt aangepakt." Maar al snel blijkt hij weer wonderbaarlijk te zijn opgekalefaterd. Charismatischer dan ooit maakt hij weer muziek, betovert, inspireert, fascineert...

Jammer dat mensen niet op de monumentenlijst worden gezet. De oude Shaf is de laatste jaren in verval, een ruïne al bijna. Een pracht van een ruïne, die nog vol leven zit. Op 1 december 2009, vijf dagen na een kort laatste optreden in de Rotterdamse Laurenskerk, heeft zijn lichaam er dan toch echt genoeg van. Het is mooi geweest. Voor Ramses begint een nieuw avontuur.

(tekst: © 2002/2004/2009 Sylvester Hoogmoed)