Als het stormt in je hart, ga mee, ga mee...


"Ik wil niets anders zijn dan acteur"

(gepubliceerd in Eva, op 27 september 1958)



"Het is nacht.
Ik lig in mijn bed te schrijven.
Mijn kamer is goed slordig, alles ligt prettig op de grond. Er staat weinig in: een bed, een tafel en een kastje, die niet van mij zijn. Aan de muren hangen een paar tekeningen, die ik eens gemaakt heb en een foto van mijn laatste stuk. Het ziet er niet erg bewoond uit, want ik ben er bijna nooit. Ik houd van de straat, de buitenlucht en kamers van anderen.
M'n ideaal is een kleedkamer te huren in de Stadsschouwburg. Ik zou het gebouw niet uit komen, geloof ik.
Toen er eens een feest gegeven werd in de grote foyer, heb ik mij aan de mensen onttrokken, ben in de lege, donkere zaal gaan zitten om over het leven na te denken en ben prompt in slaap gevallen. Toen ik wakker werd in die grote, zwarte ruimte vol mysterie, bleek het feest afgelopen te zijn en iedereen weg.
Uniek. Er waren wonderlijke geluiden in de nok en op het schellinkje. Het kraakte en knarste zo, dat het leek alsof alle verrukkelijke spoken uit de stad hierheen gekomen waren om weer eens een goede klucht te zien. De nachtwaker kloste in de gangen.
Toen ik in de stalles nagedacht had over alle mensen, die hier gespeeld hadden, hoeveel premièrekoortsen, hoeveel ruzies, hoeveel Gijsbreghten en floppen, hoeveel donderend applaus en oneindig geluk in deze nu eenzame, grote ruimte woonden, ben ik in de directeursloge gaan slapen.

Mensen zijn heerlijk

's Morgens werd ik onder veel hilariteit gewekt door de werksters en ben ik gaan ontbijten in de cantine. De koffie en de broodjes concentreren hier het grote conglomeraat van mensen, dat in dit gebouw werkt: acteurs, operazangers, balletdansers, orkestleden, technisch personeel, toneelknechten, de mensen van de administraties en kostuum-ateliers, de kleedsters, werksters en portiers. Het is er vaak stampvol, erg gezellig en honderden mensen 'om mee te praten.
Mensen zijn heerlijk. Zoals u weet, zijn er vele soorten.
Een amusant soort zijn diegenen, die net op moeilijke toon over je hebben gepraat en in je aanwezigheid een betrapt stilzwijgen koesteren. Je vertelt ze een gek verhaal en ze lachen, een nog gekker verhaal en ze lachen nog harder. Dan sta je op en denkt bij het weggaan: Stik maar hard.
Er wordt te veel geroddeld in deze wereld. Het schept wantrouwen. Toch zijn de mensen heerlijk. Ik moet ze spelen ten slotte. Ik heb ze nodig.
Het is nacht nu. Valuit mijn raam kijk ik via de Prinsengracht uit op de Leidsestraat, die langzaam begint uit te sterven. Er staat een harde wind. Nu zal het mooi zijn aan de haven.
Daar loop ik vaak op dit uur. Ik houd van de hoge, lange muren, van de dokken en de stalen geraamten, die afsteken tegen het maanlicht; de oude pakhuizen en de zeemanskroegen.
Een keer ben ik met een vriendinnetje tegen het aanbreken van de morgen gaan varen op het IJ. We vonden ergens een sloep en gebruikten een oude lat als roeispaan. Er waren geen tegenliggers en we voelden ons werkelijk buitengaats. We kregen plotseling een mooi, diep gesprek en merkten de sleepboot met op, die recht op ons toe kwam varen.
Toen we het zagen, was het te laat; we konden niets doen met die lat en zaten geduldig te wachten tot we in tweeën geramd zouden worden. Maar opeens zwenkte de boot snel om en de kapitein schreeuwde: "Lekker aan 't vissen?" Ontroerd knikten we van ja.
We begrepen, dat we hier niet langer konden blijven. Het roeien werd een heel karwei. De dag was reeds aangebroken, toen we onder de brug door voor het Centraal-station een sloep zagen liggen, die lichter was dan de onze en met echte roeispanen erin.
Toen we probeerden over te stappen, kwam er een vroege politieagent aan: "Weet u, dat die boot van de Vletters is?"
Het zal wel, dachten we en antwoordden: "Jazeker, wij zijn van de Vletters.
Volkomen gerustgesteld keek de agent toe, hoe we halsbrekende toeren maakten om van de ene sloep in de andere te stappen.
We wilden naar het Leidseplein varen, maar werden moe bij de steigers van de rondvaartboten. We wilden aan land stappen, maar de boot kantelde en we vielen met zn tweeën in het water. Toen we op het droge waren, hebben we ons mooi gesprek ogenblikkelijk voortgezet en we zijn nog steeds goede vrienden.

Vrienden

Belangrijk is dat: vrienden hebben. Ik ken bijzonder veel mensen, maar er zijn er maar een paar, waar je jezelf wilt en kunt zijn. Waar je uit kan rusten. Soms zijn ze ver weg in Parijs, Londen of New York, maar ze zijn er. Dat is belangrijk.
In dit leven, dat passen moet in deze razend knap georganiseerde maatschappij. In dit leven, dat zo snel gaat en waar zo hard gewerkt moet worden, waar men zich er niet af kan maken met zinnetjes zoals: het heeft toch allemaal geen zin, of: we gaan toch wel naar de
In dit leven moet men rustpunten vinden.
In de Gijsbreght Wonderlijk genoeg vind ik die in het theater. Natuurlijk, er is geen chaotischer gemeenschap denkbaar en daarom vind ik er rust, omdat ik zélf chaotisch ben. Elke avond, als ik de kleedkamer binnen kom, kom ik thuis. Dan gaat het leven weer beginnen. Het leven buiten deze schouwburg gevangen in de vorm: toneel. Ik mag vanavond via mijzelf een ander zijn.
Ik geloof, dat ik nu een introvert stukje aan het schrijven ben. Het is laat. Ik denk, dat ik maar ga slapen.
Morgen zal weer nieuw zijn, met ongekende avonturen. Misschien zal de regen als champagne uit de hemel vloeien en zal er veel gelachen worden ergens in een café. Misschien zal de naderende herfst me doen denken aan een Slavisch lied en aan Rusland, waar mijn moeder vandaan komt. Misschien ontmoet ik iemand, die interessant is. Misschien bellen mijn pleegouders op, waarvan ik veel houd. Misschien zal het morgen heerlijk zijn op het toneel en zal ik weer beseffen, dat ik niets anders wil zijn dan acteur.
Misschien... Welterusten."

Ramses Shaffy, 1958


Andere stukken die Ramses voor Eva schreef zijn hier te lezen!




ramses.fanpagina.nl
Ramses Shaffy Website allez-hop!!!!