|
"Qu'on ne m'ordonne pas
Achtergesteld
Monique Serf, zoals Barbara ingeschreven stond bij de burgerlijke stand, is op 9 juni 1930 geboren in Parijs. Ze heeft een ongelukkige jeugd. Op haar negende breekt de oorlog uit en moet het gezin, dat van Joodse afkomst is, onderduiken. Al voor de oorlog hadden haar ouders moeite de touwtjes aan elkaar te knopen en bovendien is hun huwelijk niet bepaald gelukkig. Voor de jonge Monique hebben ze maar weinig tijd. Op broer Jean, die goed kan leren - later zal hij arts worden - hebben zij al hun hoop gevestigd. Monique heeft het gevoel dat ze bij hem wordt achtergesteld. Vooral door haar vader voelt ze zich vaak vernederd, omdat die nogal eens denigrerende opmerkingen maakt. Vader Serf is een moeilijk mens, die uiteindelijk zijn gezin verlaat om nooit meer iets van zich te laten horen. Totdat Barbara jaren later ineens een telefoontje krijgt van een onbekende, die vertelt dat haar vader in een ziekenhuis in Nantes op sterven ligt. Hij laat vragen of ze wil komen. Wanneer ze daar arriveert is hij echter reeds overleden. Een vriend van haar vader vertelt dat deze heel trots op haar was... In het lied Nantes schrijft Barbara hoe haar vader toen zonder adieu of je t'aime voorgoed uit haar leven verdween. Het wordt een van haar grootste successen. Mannenwereld
De carrière van Barbara komt begin jaren vijftig maar moeilijk op gang. Als jonge vrouw valt het haar niet mee om zich een plaatsje te veroveren in het harde mannenwereldje van de 'amusementsmuziek'. In deze periode hebben enigszins anarchistische en literair bevlogen tekstdichters/chansonniers als Boris Vian en Georges Brassens weliswaar al succes onder ('existentialistische') intellectuele jongeren, maar het chanson heeft nog niet de status die het een paar jaar later krijgt. Wie muzikant wil worden in het 'lichtere', dat wil zeggen niet klassieke genre, begeeft zich in een wereldje dat erg dicht tegen dat van de blote cabarets aanligt. Wanneer Barbara auditie doet om in het koor van een operette te mogen meezingen wordt er vooral op haar benen gelet. Ze wordt aangenomen, maar vertrekt al na een paar maanden, omdat het haar daar niet bevalt en ze bovendien onderbetaald wordt. Ze ontvlucht Parijs en reist naar Brussel, waar ze bij een neef intrekt. Deze gaat haar echter steeds meer als een huissloof behandelen. Ook hem ontvlucht ze, waarna ze dakloos en zonder inkomsten door de voor haar totaal onbekende stad zwerft. Tenslotte ziet ze geen andere uitweg meer dan zich te prostitueren. De eerste man die haar van de straat oppikt blijkt een Parijzenaar te zijn, die al snel medelijden met haar krijgt. Hij geeft haar geld zonder enige tegenprestatie te verlangen. Zijn aanbod haar mee terug te nemen naar Parijs slaat ze echter af; ze moet en zal haar buitenlandse avontuur tot een goed einde brengen. Met het geld van de Parijzenaar kan ze het weer een tijdje uitzingen, en uiteindelijk raakt ze in contact met een groepje kunstenaars. Deze stellen haar in de gelegenheid in België haar eerste ervaringen als chansonnière op te doen. Mysterie
Toen Barbara in november 1997 na een oogoperatie onverwacht stierf werkte ze aan haar autobiografie. Deze eindigt in feite op het moment dat ze begin jaren zestig haar eerste successen oogst. Over de periode daarna doet zij slechts fragmentarisch verslag. Aangezien Barbara haar leven lang de publiciteit schuwde, zal daarom altijd een waas van mysterie blijven hangen rondom deze opvallende verschijning, die altijd in het zwart gekleed ging. Een feministe was ze niet. Een van haar bekendste chansons, Göttingen, ging weliswaar over de verzoening met aartsvijand Duitsland, maar politiek of maatschappijkritiek was niet haar stiel. Toch heeft zij als eerste bekende chansonnière die haar eigen liedjes schreef en componeerde het nodige betekend voor de vrouwenemancipatie in Frankrijk. Helaas heeft zij weinig navolging gekregen. Van de bekendere chansonnières is alleen Françoise Hardy in latere jaren haar eigen repertoire gaan schrijven, maar diens grootste hits waren van de hand van anderen.
Gepubliceerd in Raffia, december 2001 |